Koken met Mark #5: Zalmblini’s

Blini’s zijn oorspronkelijk afkomstig uit Rusland, en kenmerkt zich door invloeden uit de pannenkoeken- en poffertjesscene. Je kan ze op verschillende manieren vullen of beleggen. Bijvoorbeeld met zalm. Het gerecht is geschikt als voor-, tussen- of nagerecht, maar ook prima als ontbijt of voor als je zojuist Wie is de Mol? hebt gekeken. Je kan het zowel warm als koud eten.

Benodigdheden voor 4 personen (2 blini’s per persoon)

  • 150 gram pannenkoekenmix
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 300 ml melk
  • 2 eieren
  • 1 citroen
  • 10 – 15 gram gesneden bieslook
  • 200 gram gerookte zalm
  • 125 gram crème fraîche
  • gember
  • peper

Bereiding

De zalm is het makkelijkst. Verdeel deze in 8 gelijke stukken. Klaar.

Maak vervolgens de crème fraîche op smaak met gember en peper (en als je niks om je nieren geeft wat zout). De hoeveelheid is een beetje afhankelijk van je smaak. Waak ervoor dat de gember niet teveel gaat overheersen. Roer het goed door.

Dan het beslag. Meng de pannenkoekenmix en het bakpoeder en voeg al kloppend met een garde de melk toe. Klap er vervolgens twee eieren in en klop deze mee totdat je een mooi egaal beslag heb.

Rasp de schil van de citroen en voeg deze toe aan het beslag, samen met ongeveer 10 gram bieslook. Klop dit geheel nog een uurtje door, zodat je zeker geen klontjes meer in je beslag hebt. Zet wat goede muziek op om deze klus wat te veraangenamen.

Verhit wat boter in een goed verwarmde koekenpan. Afhankelijk van de grootte van je pan en de gewenste maat van de blini’s kun je er steeds een paar bakken. Bak de eerste zijde ongeveer 2 minuten en vervolgens de andere zijde 1 minuut op matig vuur. Blijf het in de gaten houden, de scheidingslijn tussen goudbruin en pikzwart is een dunne.

Na het bakken is het slechts een kwestie van in elkaar zetten. Smeer een laagje crème fraîche op de blini en drapeer de zalm eroverheen. Als het goed is heb je nog wat bieslook over, strooi dit erover.

приятного аппетита!

Koken met Mark #4: Rijstkom met kipomelet

Dit is een eenvoudig maar stevig gerecht, geschikt voor lunch of diner. Je krijgt het mooiste resultaat wanneer je een kom en een pannetje met ongeveer dezelfde diameter hebt.

Benodigdheden:

  • 100-150 gram gepaneerde kipfilethaasjes
  • 2 eieren
  • 1 bosui
  • witte rijst
  • saus naar keuze (zoetzuur werkt het beste)
  • peper

Bereiding:

Kook de rijst. De hoeveelheid mag je zelf weten, en zou ik afstemmen op je hongergevoel.

Snij een bosui in kleine snippers. Klop vervolgens de eieren tot het een geel goedje is. Hier kun je de ui en wat peper aan toevoegen. Roer het nog een beetje door.

Snij de kipfilethaasjes doormidden, dan hebben ze een mooie maat. Mocht je het trouwens leuk vinden, dan kun je dit natuurlijk ook zelf de stukken filet paneren. Ik heb zelf ontdekt dat mijn talenten elders liggen, dus koop ik ze al voorgepaneerd.

DSC_0285

Doe wat olie in het pannetje en gooi de kipstukken erin. Op dit moment komt er een klein beetje (*slik*) timing bij kijken. Het moment om het ei erbij te gooien is het moment dat de kip rondom bruin begint te worden, maar nog niet helemaal gaar is van binnen. De omelet en het ei moeten namelijk ongeveer tegelijkertijd klaar zijn.

Als je het mooi wilt doen, leg dan de kipstukjes even op een rij voordat je het ei erbij gooit.

DSC_0287

Tegen de tijd dat het klaar is kun je de rijst in de kom scheppen. Leg vervolgens de omelet met kip eroverheen, zodat het de rijst mooi bedekt. Nu hoeft alleen de saus er nog over. Ik heb deze keer gekozen voor tonkatsu-saus, maar pak gerust wat je lekker vindt. Een zoetzure saus past het beste bij de smaak van het gerecht. Voor het toevoegen van de saus kun je de omelet op enkele plekken nog inprikken, zodat de saus ook langzaam opgenomen wordt door de rijst.

DSC_0290

Eet smakelijk!

Koken met Mark #3: Onigirazu

Onigirazu is een alternatieve, eenvoudigere versie van onigiri. Onigiri is een van oorsprong Japans gerecht, waarbij rijst in een bal of driehoek wordt gekneed en daarna wordt verpakt in nori (zeewier). De vulling ervan kan echter van alles zijn, wat het net zo veelzijdig maakt als een boterham. Daar kun je immers ook alles op gooien wat je lekker vindt.

Onigiri heeft vaak originele verschijningsvormen, maar de standaard driehoek is al lastig voor elkaar te krijgen. Niet zo zeer het maken, maar vooral het heel houden is lastig wanneer de rijst niet plakkerig genoeg is. Onigirazu to the rescue, want die hoeft niet perse mooi te zijn. Het is wel net zo lekker en blijft gewoon heel.

Een ander voordeel is dat je dit op elk moment van de dag kunt eten. Afhankelijk van de vuling is onigirazu een gezond ontbijt, een smakelijke lunch, een verrassend veelzijdig diner (misschien iets meer maken, alhoewel het snel vult) en ook ’s avonds als snack niet geheel ondenkbaar.

Voordeel 314 (ik sla er even een aantal over, ik heb het druk) is dat het snel te maken is.

In dit recept beschrijf ik twee mogelijke vullingen:

  • tonijn/mayonaise
  • lunchworst/omelet

Benodigdheden voor 2 varianten onigirazu

  • eieren
  • blikje lunchworst
  • blikje tonijn op waterbasis
  • mayonaise
  • norivellen
  • rijst, het liefst een rondere korrel, want deze kleven beter
  • eventueel peper en/of zout

DSC_0171

Voorbereiding

Kook de rijst, en zorg dat deze niet te droog wordt. Het hoeft niet maximaal te kleven, maar wel een beetje. Klop ondertussen de eieren en voeg peper/zout naar smaak toe. Snij twee plakken lunchworst af.

Doe de tonijn in een schaal en voeg 2 eetlepels mayonaise toe. Roer dit goed door elkaar totdat je een mooi mengsel hebt.

Bak daarna de omelet. Zorg dat het ei niet te veel uitloopt in de pan, liever houden we de omelet wat compacter en dikker. Als je een klein pannetje hebt is dat ideaal. Ik ga er zelf een kopen in ieder geval.

Bak vervolgens de plakken lunchworst totdat ze aan beide kanten bruinig zijn. Leg ze daarna opzij bij de omelet zodat deze allebei wat af kunnen koelen.

DSC_0176

Stapelen

Leg een vel zeewier op een bord, en schep er wat rijst op. Verdeel het gelijkmatig over het midden. We beginnen eerst met het tonijn/mayonaisemengsel, deze verspreiden we lekker dik bovenop de laag rijst. Dit dekken we vervolgens af met een nieuwe laag rijst.

Bereidt ook een tweede bord voor met een vel nori en rijstlaag. Bovenop deze rijstlaag leggen we de lunchworst en de omelet en dekken we ook weer af met een rijstlaag.

DSC_0177 DSC_0178 DSC_0179 DSC_0180DSC_0182 DSC_0183

Hoewel ik normaal gesproken een groot voorstander ben van enthousiasme moet ik hier wel een kleine waarschuwing plaatsen. Maak van de vulling geen enorme berg, anders kom je tijdens het vouwproces in de problemen. De zeewiervellen kunnen dan namelijk gaan scheuren.

Vouwen

Vouw de punten van het zeewierblad naar het midden toe en druk het stevig aan. Het moet er uit zien als een soort pakketje. Het vocht van de rijst zorgt ervoor dat het zeewier wat zachter wordt en zich aan de rijst gaat hechten. Eventueel kun je dit proces bespoedigen met vochtige vingers.

DSC_0181

Wacht een paar minuten en pak vervolgens het scherpste mes dat je in huis hebt om de ‘pakketjes’ doormidden te snijden.

Mocht je de onigirazu bereiden voor later, pak het dan in in plasticfolie en snij het pas doormidden wanneer je het gaat eten.

Eet smakelijk!

DSC_0187

Koken met Mark #2: Ossenhaastournedos met honingspruitjes

Ik ben een spruitjesliefhebber. Dat is een redelijk eenzaam bestaan. Wanneer ik iemand vertel dat ik elke week toch wel 2 keer spruitjes eet word ik getrakteerd op gefronste wenkbrauwen, een welgemeend ‘echt waar?!?’, of een combinatie van deze twee.

Volgens mij lust iedereen spruitjes, mits je er maar wat leuks mee doet. Spruitjes koken en er vervolgens wat nootmuskaat overheen strooien zal het voor velen niet doen.

Een simpele methode om eigenlijk alles lekker te maken is kaas. Kaas is fantastisch en ik hoop dat de uitvinder ervan een goede zak geld heeft mogen ontvangen. Dit gaan we vandaag echter niet gebruiken, we moeten onszelf wel een beetje uit blijven dagen. Daarom gaan we honingspruitjes maken!

Om het af te maken bakken we er een lekker stuk vlees bij, een ossenhaastournedos.

Benodigdheden (uitgaande van 2 personen)

– 400 gram spruitjes uit zak
– 2 / 3 eetlepels honing
– 100 gram ontbijtspek
– 50 gram walnoten
– een potje met knoflook
– 2 stukken ossenhaas
– roomboter (ongezouten)
– peper en zout

DSC_0075

Voorbereiding

Snij als eerste de ontbijtspek in kleine reepjes. Dit wordt al snel een berg, wat erg veel lijkt, maar dit zal later tijdens het bakken slinken. Daarnaast zijn de walnoten zijn erg grof, dus deze snij ik ook wat kleiner.

DSC_0076

Besprenkel het vlees aan beide kanten met zout (heeeeeel klein beetje) en peper (leef je uit).

DSC_0080

De spruitjes bereiden

Bak het spek in een braadpan (een bescheiden vuurtje is prima) en strooi er wat knoflook overheen. Voor de knoflook zijn in dit geval niet zo veel regels. Je kan zelf wat teentjes persen als je het wat groffer wilt hebben, ikzelf draai het uit een potje.

Kook de spruitjes een aantal minuten. Niet te lang, zodra ze beetgaar zijn mag je ze van het vuur halen en even laten uitlekken in een vergiet. Gooi ze vervolgens in de pan bij het spek en de knoflook.

Hierna volgt de honing! Voeg hiervan 2 eetlepels toe (de echte zoetekauwen mogen er een eetlepeltje aan toevoegen). Laat het geheel ongeveer 10 minuten op matig vuur doorbakken en roer het af en toe om. Laat het geheel daarna nog een keer uitlekken. Gooi de honingspruitjes in een kom en strooi er wat walnoten doorheen. Klaar om te serveren!

Het vlees bakken

Het bakken van de tournedos behoeft totale aandacht en toewijding. De scheidingslijn tussen een mals,verrukkelijk stuk vlees en taaie rotzooi is erg dun.

Ik gebruik een grillpan en zodra de pan goed heet is (hoog vuur!) mag hier een goed stuk roomboter in (niet verlegen zijn). Leg daarna het vlees in de pan. Als het goed is hoor je het knisperen en sissen! Het vlees moet meteen dichtschroeien, anders wordt het droog. Beweeg de stukken af en toe ook een beetje.

DSC_0081

Afhankelijk van hoe je het vlees gebakken wilt hebben draai je de stukken na een x aantal minuten om. Ikzelf hou van ‘rare’, en met vlees van deze dikte is een minuutje of 3 aan elke zijde genoeg.

Voordat ik het vlees uit de pan haal leg ik de zijkanten van het vlees nog heel kort tegen de pan aan, zodat het rondom mooi bruin is.

Haal het vlees uit de pan en leg het op een bord om het daar 5 minuten te laten rusten. Dit haalt de ‘spanning’ uit het vlees, althans, dat heb ik me laten vertellen.

Het eindresultaat:

DSC_0082

DSC_0083

Eet smakelijk!

Koken met Mark #1: Yakitori en Ingen No Goma-ae

Benodigdheden (2 personen):

– 500 gram kippendijfilet
– 120 ml sojasaus
– 60 ml mirin
– 60 ml sake
– 75 gram suiker (50 gram en 25 gram)
– sperzieboontjes
– 1 el ongepeld sesamzaad
– sateprikkers
– een bats met rijst

DSC_0019

Voorbereiding

Leg de sateprikkers in het water en laat ze een half uurtje nat liggen wezen. Dit voorkomt dat ze tijdens het bakken aanbranden.

Snij alvast de kippendijfilet in kleine stukjes / blokjes van ongeveer 1,5 centimeter. Het voordeel van filet is dat je het niet meer hoeft te ontbotten, waardoor de chaos iets minder groot wordt. Prik deze stukjes op de sateprikkers. Als variatie zou je er ook stukjes witte of groene ui tussen doen. Ik doe dat echter niet, want ik vind uien goor.

Je kan ook de rijst alvast koken. Mocht je nog geen rijstkoker hebben, bestel dan onmiddelijk deze en bedank me later. Je kan de rijst echter ook koken in een pannetje. Welke rijst je kiest maakt niet uit, kies vooral wat je lekker vindt.

Yakitorisaus

Gooi de sojasaus, mirin, sake en 50 gram suiker bij elkaar in een bak en mix het goed door. Kook het vervolgens ongeveer 10 minuten. Als het goed is wordt het wat dikker. Laat het niet te lang doorkoken, want dan wordt het te stroperig en gaat de suiker kristalliseren.

Goma-ae

Maal eerst de sesamzaadjes (1 el) fijn. Ik doe dit met een vijzel, want gaaf, maar het kan ook elektrisch. Voeg de gemalen zaadjes vervolgens bij de suiker (25 gram) en de sojasaus (1 el) en roer dit goed door elkaar.

DSC_0024

DSC_0025

Koken en bakken

Bak de gemaakte kipspiesjes in een grill- of braadpan zo’n 10 minuten op middelhoog vuur. Keer het regelmatig om, zodat alle zijden mooi bruin worden.

Kook tussendoor de boontjes zo’n 3 minuten. Door ze kort te koken blijven ze knapperig. Snij na het koken de puntjes eraf en snij de boontjes nog een keer doormidden.

Opdienen

Als de kipspiesjes klaar zijn kun je de yakitorisaus eroverheen schenken. Leg ze vervolgens op een bordje. Voor de gezelligheid zou je er nog wat sesamzaadjes overheen kunnen sprenkelen. Schep de rijst in een kommetje. Doe de boontjes in een bakje, gooi de Goma-ae erbij en verdeel het goed over de boontjes.

DSC_0027

Itadakimasu!